El Carmen de Bolivar en andere wetenswaardigheden – oftewel, wat hebben Don Paulus en Het Guusmobiel de afgelopen tijd uitgespookt

De tweede hittegolf in één maand tijd en de een na hoogste temperatuur ooit gemeten, toe maar. Nederland krijgt tropsiche trekjes. Nu nog de staat transformeren tot een Bananenmonarchie en ik sta binnen de minuut bij je op de stoep, Guzman. Over de hitte, vanaf Californië schroeit de zon mijn kruin en mijn hersenen raken geregeld aan de kook, ongelogen. Vandaar dat er niet zo heel veel uit mijn handen komt. Alhoewel, gisteren tot zeven uur in de ochtend aan de Playstation gehangen. Ik speelde een Fifa-voetbalspelletje met als opponenten de Australiër Christian en de Colombiaan Viktor. De laatste zorgde ervoor dat de koppies niet gingen hangen en dat we tot het laatste fluitsignaal als een stelletje schuimbekkende dwazen over het veld konden rond razen. Mijn bloed is echt te dik voor deze contreien. Douche me vijf keer per dag en begin het zo onderhand zat te worden de hele dag in mijn eigen zweet te baden. Ben tien kilo afgevallen (74 kilo schoon aan de haak) en mijn lijf zit onder de uitslag. Ben nu wéér inCartagena waar het helemaal schofterig warm is. Heb mijn visum verlengd: heb weer twee maanden aan mijn verblijf in Colombia toegevoegd. Wil nu naar de bergen. Waarschijnlijk binnen drie dagen vertrek ik naar Siërra Nevada, in het noorden van Colombia, waar het tot over de 5000 meter piekt. Siërra is weer zo’n gezellig Farc-gebiedje. ‘Niet doen. Veel te gevaarlijk’, zeggen ze in El Carmen de Bolivar. Het is meer de onwetendheid, want hetzelfde zeggen ze hier in Cartagena over El Carmen de Bolivar. ‘Estas loco hermano. Quieres morir? Hay Farc, hay de todo. Es muy peligroso alla!’

Nee ik heb geen doodswens, Guzman en het potentiële gevaar leek me inEl Carmen de Bolivar El Carmen de Bolivar te overzien. Ik ben blij dat ik blanco reis. Geen reisboek die El Carmen aanprijst. De reisgidsen spelen op safe en willen dat de reiziger vooral een gezellige tijd heeft samen met andere leuke reizigers. Je ziet ze overal veilig samenklitten, de rugzakkers. Het is de angst voor Colombia die verbroedert. Weinigen trekken hun eigen plan en reizen van het ene aangeprezen hostal naar het andere. Tja, dan kom je nooit in plaatsjes als El Carmen of San Juan. Het begint er alle schijn van te krijgen dat het lot me voortduwt, Guzman. Want waarom juist El Carmen? Waarom rolde ik dit dorp binnen dat te boek staat/stond als een schiettent?

Ik heb uiteindelijk twee weken in Cartagena doorgebracht volgens de ‘boekjes’ een van de mooiste steden van Zuid-Amerika, maar door mij aanvankelijk betitelt als een ‘wicked city’, vol met bloedmooie hoeren, goedkope drugs en andere verleidelijkheden. Ik en verleidelijkheden, ben er zeg maar nogal wat gevoelig voor. Eerste nacht in Cartagena: viel als een blok in slaap naast een hoer en werd de volgende ochtend alleen en platzak wakker. Ik bedoel hier overigens de portemonnee. Dat schiet dus niet op. Na de rust en de ongereptheid van Nicaragua en de daarop volgende avontuurlijke reis met de motor naar Panama-Stad en met de Stahlratte naar Cartagena werd ik echt overvallen door vileine glimlach van de parel van het Noorden. De eerste week kuierde ik met Thomas (Trouwens parcero nog bedankt voor de nieuwe Deus-cd en de Beautiful girls, draai ze helemaal gek) door de stad, de tweede week bracht ik door met Tal, die inmiddels een flink stuk voor me uitreist. Volgens traditie zal ik haar wel weer ergens tegen het lijf lopen. Na twee weken dus beklom ik de motor voor mijn eerste ritje door Zuid-Amerika. Ik voeg nu een verhaaltje in dat het een en ander over mijn eerste kilometers op Colombiaans grondgebied vertelt:

DALMIRO GAAT HET GEVANG IN

Ik reis met mijn dertig jaar oude Moto Guzzi V7 van Alaska naar Patagonië. In veertien maanden tijd heb ik nauwelijks ongemak ondervonden van de verkeerspolitie. Niet in de Verenigde Staten, niet in Mexico, niet in Honduras of welk land dan ook. Maar mijn eerste uur met mijn motorfiets in Colombia is geen succes. Voordat ik ‘t weet heeft de verkeerspolitie mijn zakken tot de laatste peso leeggeschud. De eerste multa (boete) volgt al na een half uurtje koersen. Bij een controlepost nabij het plaatsje Cambote in het departement Bolivar constateert een agent al handenwrijvend dat de dertig jaar oude Moto Guzzi V7 niet is verzekerd.De kerk van San Juan Ik vertel hem dat de douane in Cartagena na het overhandigen van de noodzakelijke invoerpapieren me verzekerde dat ik zonder problemen mijn kon vervolgen en dat alles in orde was. Kortom, mijn naam is Haas. De agent is volhardend, want hij ruikt geld en ik moet mee een kantoortje in. Hij haalt het boeteboek tevoorschijn en wijst op het bedrag dat ik volgens de wet moet betalen: 408.000 pesos, het equivalent van een minimum maandsalaris. Daar schrik ik van en vraag of twintig dollar de lading dekt. Niet dus. Het dubbele? De man knikt gretig van ja. Probleem opgelost. Althans voor even. Ik besef dat de controleposten tot aan de grens van Equador niet te tellen zullen zijn en dat de verkeerspolitie, op zoek naar buit, me tot op mijn versleten onderbroek zal strippen. Ik moet dus zo snel mogelijk een verzekering op de kop zien te tikken. Dat kan in het dertig kilometer verderop gelegen plaatsje San Juan, verzekert de agent terwijl hij tevreden de veertig dollar in zijn borstzak stopt. Een half uur later rol ik San Juan binnen en besef dat ik geluk heb gehad. Te vroeg gejuicht: wéér een controlepost verdorie tweehonderd meter voor een hotel. Verzekering, bitst de agent. En dan begint het gelazer. De agent haalt zijn meerdere erbij en voor de tweede keer binnen het uur verdwijn ik in een zweterig kantoortje. Ik leg de politiechef, die zich voorstelt als Dalmiro Betancourt, uit waarom ik geen verzekering op zak heb en waarom ik in San Juan ben. ‘Niks mee te maken. Hoeveel heb je op zak?’ Vijf minuten later zit ik weer op de motor – platzak. 340.000 pesos (115 euro, een vermogen als je lang reist) liet ik achter. Uiteraard zonder bon. Het is inmiddels te laat om naar de dichtstbijzijnde stad Sincelejo te rijden. Dit gebied in Bolivar geldt als een zona roja. Vanwege de onveiligheid sluiten de militairen om zes uur de hoofdwegen voor elk verkeer af. In de omringende bergen wemelt het van de FARC- en ELN-guerrilla’s, paramilitairen, zwaar bewapende criminelen en god weet wat voor tronies nog meer. Ik vind onderdak in het hotel en vertel briesend van woede wat me even ervoor is overkomen. De hotelier raad me aan om aangifte van corruptie te doen bij het gemeentehuis. ‘Wellicht krijg je je geld terug. Je weet maar nooit.’ De volgende dag weet ik niet wat me overkomt. Ik praat met een personero (een soort van ombudsman), een gemeentesecretaris en een officier van justitie. Men heeft belangstelling voor mijn case. De politiechef wordt zelfs ontboden op het gemeentehuis en mag in mijn aanwezigheid vertellen wat de dag ervoor allemaal is gebeurd. En nu zweet hij peentjes. Een dag later praat ik met nóg een officier van Justitie in het twintig kilometer verderop gelegen stadje El Carmen de Bolivar. In totaal leg ik vier verklaringen af. De voortvarendheid van het justitiële apparaat verbaast me. Ben ik immers niet in Colombia waar corruptie net zo gewoon is als een Hollandse bruine boterham met kaas? De officier vertelt me dat één van de speerpunten in het beleid van de herkozen president Álvaro Uribe Vélez het terugdringen van de corruptie is en dat de politiechef mogelijk zijn baan verliest, een flinke boete krijgt of zelfs een gevangenisstraf. ‘Hij heeft te veel fouten gemaakt. En het bewijs oogt sluitend.’ Ik besluit nog een tijdje in El Carmen de Bolivar te blijven. De plaatselijke bevolking, die sporadisch een buitenlander in hun dorp ziet, is op de hoogte van mijn malheur en is bijzonder gastvrij en vriendelijk. In de regionale krant El Universal lees ik verschillende keren dat een burgemeester, gemeentesecretaris of zelfs senator is opgepakt wegens fraude en begin me af te vragen hoe het is gesteld met de politiechef Dalmiro Betancourt. De dag erop krijg ik antwoord. Ik ontmoet op straat een vrouw uit San Juan. Ze vraagt: ‘Ben jij niet de gringo die door Dalmiro is beroofd?’ Opgewonden vertelt ze dat Dalmiro sinds mijn aangifte zo mak is als een lammetje. ‘Hij doet geen vlieg meer kwaad. Je bent de eerste die aangifte tegen hem heeft gedaan. En weet je wat, hij gaat waarschijnlijk de bak in. We zijn je dankbaar, want we waren hem spuugzat.’ Gerechtigheid schijnt dus te bestaan – ook in Colombia. Maar mijn pesos heb ik nooit teruggezien.

Kortom, de balans na een uurtje toeren in Colombia: een politiechef krijgt de zak vanwege een Hollander die een beetje rond ploft op zijn hippie motor (Met alle respect voor jouw dagelijkse doortastendheid Guzman, maar dit doe je me toch echt niet na). Dit is inmiddels bevestigd in San Juan waar ik vorige week even een praatje maakte met wat vrienden. Ben inmiddels nergens meer bang voor, dat moge duidelijk zijn. Afijn, zo ben ik dus in El Carmen de Bolivar terecht gekomen. Pure Voorzienigheid. Het klikte meteen tussen mij en El Carmen de Bolivar. Zonder sentimenteel te worden kan ik zeggen dat de anderhalve maand tussen de Carmero’s één van de hoogtepunten, zoniet dé hoogtepunt van mijn reis is. Ik weet inmiddels dat ik vriendschap zoek. Ik wil vriendjes met de hele wereld worden. En ik ben al aardig op weg. Vanaf minuut één sloten de mensen me in hun armen. Ze waren op de hoogte van mijn schermutselingen met Dalmiro en zeiden me dat ik me nergens zorgen over hoefde te maken; ‘Het dorp zal je beschermen’, zei Juancho, motortaxist en goede vriend. Door dat ongelooflijke geklooi met de belastingen heb ik me toch wel even druk gemaakt. Ik bedoel, als Dalmiro het nou eens op zijn heupen had gekregen en het werkelijk op me had gemunt – we zijn nog altijd in Colombia, waar je voor minder overhoop geschoten kunt worden, ongelogen – dan heb ik ‘vluchtgeld’ nodig. Dan moet ik meteen kunnen vertrekken en dat gaat niet als de Nederlandse belastingen je bankrekening plunderen. In gedachten las ik de volgende krantenkop: STARHEID BELASTINGEN KOST NEDERLANDER HET LEVEN. Daarom maak ik me af en toe druk Guzman: het is gevaarlijk om hier zonder geld te zitten. Vooral als je zoals ik veel vragen stelt en foto’s maakt. Ik moet meteen kunnen vertrekken als ik dat nodig acht, begrijp je dat parcero (gelijkgestemde)?

Maar ik dacht er niet over om te vertrekken. En ik bleef. En ik bleef. En ik plakte er nog maar eens een weekje aanvast. Tijd zegt me echt helemaal niets, Guzman. Bestaat niet. Als donker is weet ik dat de avond is ingevallen. Als het heel erg donker wordt en de hanen beginnen te kakelen, weet ik dat het tijd is om te slapen. Het enige wat telt is mijn bankpas, een soort van monetaire kalender.
Ogenschijnlijk heb ik weinig uitgespookt in El Carmen. Goed, ik was wat bezig met mijn projectje Honderd Colombianen en een Guzzi, waarover later meer, heb zo’n beetje alle voetbalpotten gezien en… Maar vergis je niet. Blijven plakken in een dorp als El Carmen geeft je de mogelijkheid om Colombia op te snuiven en laten we het onder de knie krijgen van de taal niet vergeten. Met iets meer inspanning dreigt mijn Spaans vloeiend te worden.
Afijn, ik had snel in de gaten dat de situatie in El Carmen, vooral voor Nederlandse begrippen, aan de ‘onacceptabele’ kant is. In de tijd dat ik er zat liepen negen soldaten in een Farc-hinderlaag met fatale gevolgen. Een week later zes agenten. Dit speelde zich op nog geen twintig kilometer afstand af van El Carmen. Niemand die hier van opkijkt. Het is slechts een item voor de landelijke nieuwszender Caracol en een flink nieuwsbericht op de derde pagina van de kranten and that’s it. Wat geloof ik wél de internationale pers heeft gehaald is de ontvoering door de Farc van 170 houthakkers in de staat Chocó en de moord op tien van hen.

Ai que Colombia! Je mag het gerust weten: ik ben echt enorm onder de indruk van de Colombianen. Ze zijn zo krankzinnig voorkomend. Zeer sociaal en nieuwsgierig volk. Het is schijnbaar de aard van het beestje: gastvrij zijn. Maar onderling kunnen het een stelletje barbaren zijn. Het geweld was hier ongemeen hard en bij vlagen nog steeds. Tuurlijk, de drughandel speelt de voornaamste rol, maar toch. El Carmen was tot vier jaar geleden de hel op aarde. Paramilitairen en de Farc namen om beurten het dorp in en schoten er ogenschijnlijk willekeurig op los. Elke dag werd wel iemand om zeep geholpen en dat zo’n anderhalf jaar lang. En dat in een dorp van 8000 inwoners! ‘Wie was het vandaag’, vroegen de Carmero’s zich elke dag angstig af. Huizen werden opgeblazen (de expertise van de Farc) en mensen op straat op klaarlichte dag om wat voor reden dan ook geliquideerd, meestal het werk van paramilitairen. Zo nu en dan kwamen de Farc en de paramilitairen elkaar overdag tegen in het centrum van El Carmen en dan kon je als dorpeling zomaar in een vuurgevecht terecht komen. ‘De Farc aan de ene kant van het centrum en de paramilitairen aan de andere kant. En wij er tussenin. Iedereen op de grond. Kogels vlogen om je oren. Zo’n vuurgevecht kon zomaar twintig minuten duren’, zegt Johnny motortaxist en vriend.

Je begrijpt, weinig buitenlanders hebben El Carmen op hun things-to-see-lijstje staan. De laatste was een Franse journalist, al weer zo’n twee jaar geleden. Als ik me niet vergis ben ik de eerste motorreiziger in El Carmen. De motor en ik hebben dat geweten. Op elke straathoek hield ik een praatje. Als ik wat door het dorp kuierde hoorde ik overal mijn naam roepen: Paúl, El Holandés, Paúl van Hooff (Ja, ze weten zelfs mijn achternaam) of mono (blanke). Je hebt geduld nodig, want ze vragen de hele dag Een paarddoor het hemd van mijn lijf. Voelde me echt een koning in El Carmen. Bijzonder gevoel. En ze liepen weg met de Guzzi, wat heet. Eerste twee weken steevast een groep mensen om me heen als ik de Guzzi ergens parkeerde. En steeds maar weer dezelfde vragen: hoe groot, waar vandaan, hoe hard en hoeveel versnellingen? En dan keken ze op de snelheidsmeter; ‘Zo hé, kan hij 200 km per uur?’ En dan knikte ik van ja. In het dorp wemelt ’t van de 100 cc-motorfietsjes. En dan valt zo’n witte walvis natuurlijk al snel op.
Toch werd me op het hart gedrukt een low profile aan te houden, vanwege de Farc-spionnen in het dorp, ongelogen. De Farc heeft vooruit gestoken ´posten´ die de bewegingen van het leger in de gaten houdt. En misschien wel die van mij, weet ik veel. Was de enige buitenlander in de regio. Op een nacht dacht ik dat de Farc me kwam halen. Om vier uur in de ochtend hoorde vlak bij het hotel een serie droge knallen gevolgd door een zware dreun. Was niet bang, slechts behoorlijk opgewonden en had de camera al in mijn hand. Het bleek slechts vuurwerk te zijn. Meer Carmero’s overigens dachten dat de Farc met een offensiefje was begonnen. Ik bedoel, het blijft een zona roja.

Waarom is het de laatste vier jaar relatief rustig? Goddank voor de Colombianen beseft Uribe dat veiligheid de sleutel tot stabiliteit is. In Carmens Wild West-jaren hielden veertig agenten een oogje in het zeil. Men zegt zelfs dat de politie een hand had in de moorden. Nu is het corps uitgebreid tot zestig zwaarbewapende agenten. Bovendien zijn er zo’n honderd twintig tot de tanden toe bewapende militairen gelegerd. In de directe nabijheid van Carmen heb ik verschillende legereenheden gezien. Op de wegen zie je ze overal in groepjes staan, de soldaten die me altijd vriendelijk groeten zo niet aanhouden om een praatje te houden. Het leger herken je aan de leren kisten, de guerrilla aan de rubber laarzen. Op een dag kwam ik wat laat terug van Cartagena en moest de motor de sporen geven. Het was eigenlijk meer een race tegen de klok. De zon ging al hangen, de schaduwen werden langer en dan weet je dat de weg binnen afzienbare tijd door de militairen wordt afgesloten en de kans op een ontmoeting met de Farc groter wordt. En als je dan een camouflage pak uit de bosjes ziet stappen, slaat je hart toch een keertje over. Leren kisten, gelukkig.

Het verbaast me hoe snel je went aan een land als Colombia met zijn interne conflict, drugshandel en corruptie. Kijk echt nergens meer van op. Toch krab ik me geregeld achter mijn oren als ik me opmaak voor een ritje. Vooral die eerste keer. Het is het gebrek aan kennis over het land dat angstig maakt. De Colombianen zijn die mala fama spuugzat en terecht. Ik weet nu dat Colombia een sociaal paradijs is, althans voor mij. Ik stel me wagenwijd open, toon bergen met respect en krijg oprechte vriendschap terug. Mooi! Wat me in Nederland tijdens mijn reisvoorbeschouwingen de rillingen over mijn rug jaagden was het idee om Latijns Amerika zonder geld te komen zitten. Daar kon ik zomaar wakker van liggen. Alleen al van de gedachte. Het is me dus overkomen, acht dagen lang. Had geen ene peso. Nada. Noppes. De pinautomaat had het in El Carmen begeven en dan duurt het hier even voordat zo’n apparaat zijn wonderlijke kunstjes weer vertoont. Ben niets te kort gekomen, Guzman. Niets! Mensen stopten me zelfs geld toe. Rocio kookte twee keer per dag voor me. Ze is mijn schoonmoeder. Ik had een beetje verkering met haar dochter Yoheisa, een verpleegster in opleiding. Rustig aangedaan hoor. Ben inmiddels volledig genezen verklaard van mijn Melanie-gemis en wil dat voorlopig nog even zo houden. Elke dag dus bij Rocio op de koffie. Steevast om 12.30 uur. Het huis zat altijd vol met stevige vrouwen als ik langskwam, vandaar dat ik geen dag oversloeg. En niet te vergeten Rocio´s geestelijk gehandicapte dochter Anjelic. En Rocio kan lekker koken. Wat een geweldig mens. Ik ben haar zoon (Mi hijo!) en zij mijn moeder. Je mag het gerust weten Guzman, ik heb al 22 jaar geen moeder, maar met Rocio heb ik er weer eentje bij. Al met al is het leven beslist de moeite waard.

Ik heb nog geen afscheid genomen van El Carmen. Ik kom nog voor een paar dagen terug en dan door naar het zuiden richting Medellin. Het dorp zit echt onder mijn huid. Ben me een Carmero, ongelogen. Voel me er zo belachelijk op mijn gemak. Besef je een beetje wat er is gebeurd, Guzman? Ik had aanvankelijk angst voor het land, zoals zo velen. Door interesse te tonen en me open te stellen, werden mijn ´angsten´ weggenomen. Het duurde slechts een dag om de mensen voor me te winnen. Knap, al zeg ik het zelf. En zo blijven we leren.
Het idee om die 100 foto’s te maken kwam al snel boven borrelen. Als ik in een dorpje neerstrjik, moet ik wat te doen hebben, ook al verdien ik er geen cent mee. Bovendien, als we aan een willekeurige Colombiaan denken zien we in gedachten een kerel zijn neus vol snuiven, is het niet? Vandaar die foto’s. Ik wil niet al te pretentieus overkomen, maar als ik alleen al die vooringenomenheid bij jullie (de drie trouwe wekelijkse lezers van deze Galore-ongein) weg kan halen, heb ik mijn doel bereikt. Ik heb voor het eerst ervaren hoe het voelt als een dorp, en wat voor dorp!, je volledig accepteert en je als een gelijkgestemde behandeld. En wat moet je daarvoor doen? Helemaal niets dan jezelf zijn. Je mag het gerust weten, ben best trots op mezelf. Tijdens die fotosessies was ik af en toe omringd door zo´n tweehonderd mensen die heel dicht op me stonden. Moest er echt bovenuit schreeuwen om ze een beetje te regisseren. Heb geen namen bij de foto’s. Ik bedoel, foto’s en namen, het kan net iets te veel informatie zijn als je begrijpt wat ik bedoel. Zal ze morgen uploaden.

Afijn, de laatste week in El Carmen de Bolivar stond in het teken van Carmen zelve. Ze is volgens de katholieke volksmond de beschermheilige van de chauffeurs. Dat neemt niet weg dat het hele dorp met haar wegloopt. Het is Carmen voor en Carmen na. De derde week van juli eist ze alle aandacht op. Een feestweek dus. Volgens traditie elke avond om half acht in het centrum trappen tegen brandende ballen. Complete chaos. Heb zelf een keer in de fik gestaan van voetzool tot kruin. Een bal ontplofte achter me op het moment dat ik een foto in camera bekeek. Dan loop je zomaar het vuur uit je sloffen. Vinden die Carmero’s geweldig. Geloof dat ik me onsterfelijk heb gemaakt. Maar dit terzijde. 17 juli mocht Carmen de kerk verlaten. De baar waarop zij stond bood een fraai uitzicht op de menigte die in devotie voor haar uitschuifelde. Stevige mannenschouders zeulden haar tot diep in de nacht met zich mee – Guzman, je begrijpt dat ik hier veel liever een romige Colombiaanse laat zien, maar het dragen van de maagd is in Colombia nu eenmaal mannenwerk – en gingen aan geen huis voorbij. Luidkeels riepen de kerels om de zoveel tijd ‘Viva el Carmen, neustra patrona!’, (Lang leve Carmen, onze beschermheilige!) en de duizenden aanwezigen riepen hen na: ‘Viva el Carmen. Nuestra patrona!’ En het bleef nog lang rustig in het dorp El Carmen de Bolivar.

PS, het verhaaltje over El Carmen de Bolivar staat niet op zichzelf. Vele dorpen in Colombia kennen hun bloedbaden.
PS, Zo en nu met zijn allen op vakantie naar Colombia. Goedkoop, mooie natuur, hoop avontuur en inderdaad de lekkerste wijven van de hele wereld.
PS, En op verzoek van Mauriceke een mariposo. Trouwens parcero, hoorde via, via, via, via, via, via, via, via dat je gaat trouwen.
PS, Heb een koppelingskabel vervangen. En nu koppelt hij niet lekker, terwijl ik de kabel goed heb afgesteld, inclusief de paar millimeter speling bij de koppelingshendel. Nog meer onderhoud gepleegd: nieuwe contactpunten geplaatst. klopt ´t dat de ruimte tussen de puntjes 0,5 mm bedraagt? Ik vind de motor wat pingelen. Ben ook door mijn bougies heen en heb een bougie van een auto geplaatst.

Promote Paul: Mail to a friend | Post to del.icio.us | Digg! | Translate Dutch to English

  1. Dat was weer genieten zeg. Prachtige verhalen, Paul!

    According to Linda – 20:51 (op 21 Juli ’06)
  2. Hulde!

    According to Theo – 10:57 (op 22 Juli ’06)
  3. Kijk, dit zijn de verhalen van een reiziger. Kompleet met mannentaal.
    Even over je Guzzi: de contactpunt opening bij een 700 is 0.42-0.48 mm. Het pingelen zou kunnen zijn dat de grondplaat van je puntjes wat verschoven is en dat daardoor het ontstekingstijdstip van je linker cilinder niet meer juist is. Ook kan het zijn dat je condensator, die parallel over je puntjes zit, kapot is (overmatig vonken tussen je puntjes). Wat je koppelingskabel betreft, ligt dat toch aan de afstelling. Is het aangrijppunt hetzelfde als voorheen?
    ff chekken
    Ik kijk elke dag op je site of er al nieuws is; hoor ik nou bij die 3 vaste lezers? Take care and be happy!! Sjaak

    According to sjaak – 15:51 (op 22 Juli ’06)
  4. Paul,

    Je hebt minimaal 4 lezers! had echter tot nu toe nog niet de behoefte om te reageren! Echt superleuk om de toch zo bij tehouden!

    Ciao

    jap

    According to jap – 10:55 (op 24 Juli ’06)
  5. Beste Paul
    Maak je maar niet te veel zorgen over die belastingdienst, dat is de zwarte kant van onze samenleving. Door het lezen van jouw verhalen kan ik het gezeur in nederland wat vergeten, men klaagt hier alleen maar over dat het iets te warm is, of er valt weer iets te veel water.
    Vriend blijf schrijven.

    According to bruce – 11:42 (op 24 Juli ’06)
  6. Niet te veel / ver rijden met die pingelende motor; krijg je spijt van. Door de nieuwe puntjes is je ontstekingstijdstip waarschijnlijk wat verschoven. Bijstellen is niet moeilijk, maar je hebt er wat gereedschap voor nodig dat je wellicht niet bij je hebt. Misschien heeft een van je lezers een goede tip om dit klusje te klaren met een minimum aan gereedschap?
    Gave avonturen verder, dude!

    (by the way, hoe kom je toch steeds zoveel backpackers en ‘echte’ reizigers tegen tegen op plekken waar verder geen reizigers komen…?)
    Carel

    According to carel – 19:50 (op 24 Juli ’06)
  7. Paul, je bent briljant! Wat een prachtig verhaal weer! Ik heb al meerdere malen gekeken of er al nieuws was…dus je hebt echt wel meer dan drie fans. Het is allemaal heel indrukwekkend wat je meemaakt en schrijft. Echt te gek! Ik blijf je op de voet volgen.
    Veel liefs, xxx
    Sig

    According to Sigrid – 11:55 (op 25 Juli ’06)
  8. Hier nog een trouwe lezer 🙂 Prachtig verhaal!

    According to Tim – 16:58 (op 25 Juli ’06)
  9. Trouwe lezers….
    Daar hoor ik ook bij! Ik geniet van je verhalen, Paul. Écht waar!

    According to Tony – 17:33 (op 25 Juli ’06)
  10. Hola Bonito!!!!!
    Qué lindas fotos!!!, la verdad es que nuestro aprendizaje de idiomas sigue siendo malísimo y no podemos entender nada de lo que explicas en la página. Sin embargo, creemos que todo te va muy bien y que sigues feliz y, por las fotos, sigues haciendo feliz a los que están contigo!!!!.
    Sólo seguir animándote y decirte que nos acordamos mucho de ti!!!!.
    Un besazo bien fuerte desde Cuenca (Ecuador)

    According to Ferran y Montse – 18:46 (op 25 Juli ’06)
  11. Beterschap Paulus. Kus van je zus

    According to Danielle Wempe – 10:30 (op 26 Juli ’06)
  12. Trouwens die Ferran en Montse zijn twee ontzettend leuke Spanjaarden die ik in Balgue ben tegen gekomen. Ik geloof dat Montse wel een beetje op me geilt. Maar ja ze heeft een vriend Ferran. Erg grappige kerel. Ik noem hem payaso, de clown. Afijn, nog steeds ziek. Reizen is niet altijd even leuk, wel altijd anders. Nu eens niet ziek aan de Weteringschans maar in Cartagena aan de Calle de Escalon. Ben ik toch liever in Amsterdam. Je begrijpt, ik heb werkelijk geen klap te vertellen. Mazzel

    According to Paul – 23:41 (op 26 Juli ’06)
  13. so dear,
    i wont say im not a bit disapointed that i cant understand what you write anymore,
    but youre language is youre language, so i can understand that…
    so maby just once in while write something for us- the english spanish speakers…ok??
    quidate
    bessos
    tal

    According to tal – 01:29 (op 28 Juli ’06)
  14. Hey Paul,
    je hebt wel een neus voor “interessante” situaties. SUPER. Het leven is leuk immers en moet ten volle geleefd worden.
    Guzzi Groeten en ik ga 3 weken vakantie vieren en ff het klooster in (je verzint het niet)
    Cor

    According to Cor – 15:48 (op 28 Juli ’06)
  15. Beste Paul,
    Als oud Guzzi rijder lees ik je verhalen regelmatig en moet zeggen petje af wat jij en je Guzzi allemaal al beleeft hebben.
    Wat betreft je ontsteking heb ik wellicht een eenvoudige tip.Neem 2 klemmetjes een stroomkabel en een 12V lampje en monteer dit zodanig dat als je de klemmen op de + en de- van de accu zet het lampje gaat branden.
    Dit wordt je controleinstrument voor de ontsteking juist af te stellen.
    Stel eerst de contactpunten op de juiste afstand af.Verwijder op de versnellingbak het rubberen dopje waardoor je het vliegwiel kan zien.Monteer op de onderbrekerzijde van de contactpunten een klem en de ander aan massa.Verwijder bougies om makkelijk de motor in de versnelling via je achterwiel rond te kunnen draaien.Zet het contact aan en draai het achterwiel(juiste draairichting)langzaam rond en kijk wanneer het lamje uit gaat(stop direct met draaien)(lampje brand bij gesloten punten).
    kijk op het vliegwiel bij welk punt dit gebeurt(hier staan getallen) en bepaal hoeveel voorontsteking je hebt(helaas kan ik je niet het aantal graden voorontsteking opgeven daar dat bij iedere motor verschilt)maar service team zal je dit kunnen vertellen.Door de grondplaat te verdraaien(heel weinig) kan het tijdstip worden aangepast(het is overigens een noodoplossing en controle nadien met een stroboscooplamp is uiteraard het beste).Succes.Jan

    According to Jan van Rijsoort – 20:59 (op 30 Juli ’06)
  16. Hier nog een trouwe lezer, geweldig je reis en je verhalen.

    According to Fred – 01:20 (op 02 Augustus ’06)
  17. Prachtige verhalen Paul.
    Blijf je volgen.

    According to Mike – 10:37 (op 02 Augustus ’06)
  18. Pauli,

    Ja jongen, die tam-tam werkt goed! Zelfs tot in Colombia! (Wist niet dat ‘mijn/onze’ handelingen doordringen tot Zuidelijk Amerika! Maar bij deze ‘het’ is een feit! We voelen ons er goed bij!
    Nog dank voor de mooie vlinder-afbeelding, weer zo’n fraai exemplaar, net zoals je me ook ooit eentje hebt gegeven, afkomstig uit Cuba (Wat bende toch een ‘wereld-reiziger’!)Hier in het Hollandse hebben we 16-dagen van een zogenaamde ‘hitte-golf’ weer achter ons en is het regenweekje weer aangebroken (dus verkoeling voor onze ‘ouderen’). Volgende week voor een tijdje naar Griekenland om daar ook weer eens ‘de verre einder’, zonop- en ondergangen, plantjes en bloemetjes te aanschouwen en een verfrissing op te zoeken in het water.
    Denk aan je!

    Groet,

    Maurice

    According to maurice – 14:32 (op 02 Augustus ’06)
  19. Hé Paul!

    Leuk om je reisverslag te lezen! Verder alles goed met je? Heb gister bij Daan gegegeten. Was heel erg gezellig. Veel plezier nog!

    Liefs Kiran

    According to Kiran van Steijn – 17:00 (op 02 Augustus ’06)
  20. lieve paul na een welverdiende vakantie weer even bijgelezen,mooie fotoos!Beterschap hoor.
    Dikke kus uit lisse van ons allemaal

    According to mir – 08:02 (op 04 Augustus ’06)
  21. Ola Paulo!

    Gusta mucho los avonturos del Guzzi!

    Heb zelf zo’n 15 jaar geleden jouw route afgelegd. Van San Diego naar Santa Marta en terug.

    Jouw Colombia is mjn Colombia. Het mooiste en warmste land ooit ontmoet. En ik kan je zeggen, na 15 jaar zit het nog steeds diep in m’n corazon. En zo te horen aan jouw story’s, is het land en de mensen geen spat veranderd.

    Wat zijn je favoriete radiozenders? Check effe radio el tropicana. Die zitten op tropicanafm.com, maar ook in de vrije ether. Ook zwaar oke: elvallenato.com.

    Mucho suerte y un grande beso!

    Martijn (amigo van Geert van de funky fietsenstalling)

    According to martijn de Vreeze – 23:55 (op 15 Augustus ’06)

Share This:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *